english

De oudere Peter, de jongere Vos, en de vogel



Afbeelding Uitgeverij Thomas Rap


Hoe portretteer ik, voor het Centraal Museum nog wel, een Peter Vos die ik nooit heb gekend?

- Uit zijn werk.


Het beestenkwartet. Dat was wat, toen dat het huis binnenkwam in 1971. Op mij als jonge tekenaar maakte het in ieder geval grote indruk. En dan die spannende titels van de tekeningen: de Sloddervos, de Schijtlijster, de Klavierleeuw, de Kloothommel… Zinnenprikkelende types, raak getekend, met lef, humor, accuraat, een beetje confronterend, een beetje tegen de burgerlijke moraal in, een beetje tongue in cheek. Geweldig! Dát was mijn eerste kennismaking met Peter Vos.


- Uit zijn DNA: Sander

In 1986 ontmoette ik per toeval zijn zoon Sander, op een verjaardagsfeestje. Er werd met respect over hem gesproken, want hij was, inderdaad, de zoon van.
Als ik nu op zoek ga naar de mens Peter Vos denk ik er dus allereerst aan zijn zoon Sander te bezoeken. In zijn filmeditor-studio in Amsterdam vertelt hij, ik luister, en kijk naar de zoon. Hoe ze vaak naar de dierentuin gingen om te tekenen. Over de afstandelijkheid die hij had. Hoe vaak hij zei: kijken! Je moet kijken! 
Sander leunt uit het raam, rookt, drinkt blikjes bier, en praat honderduit en met warmte over zijn vader.


- Uit de media

Op zoek naar recente beelden van hem kom ik erachter dat hij niet graag op de foto kwam. Hij lijkt zijdelings aanwezig, en meestal niet zichzelf. Schaamte. Ongemak.


::Peter Vos, MGSchidt en Renate Rubinstein crop (1 van 1).jpg

Afbeelding: Rob C. Croes.



- Films Hans Keller en David de Jongh


Dan schiet mij nog een beeld te binnen uit de film van Hans Keller en Aad Nuis die ik heb gevonden. Ergens in de film, vlak voordat hij de verrekijker aan zijn ogen zet, kijkt Peter per ongeluk recht in de camera. Onbevangen. Wat zou ik die graag tekenen! Een open blik. Misschien wel vanuit een roeibootje in de Biesbosch. Enige nadeel van dat shot: het is een onscherp filmbeeld. (Hier in de film van David de Jongh: Vogelparadijs, 2m16s). Maar hij kijkt zo mooi; de Peter van voor zijn burn-out

 




- Max Tosseram

Ik hoor dat de Utrechtse fotograaf Max Tosseram een foto ‘en face’ zou hebben. Uit de jaren tachtig. Hij schoot ze voor een boekje van zijn hand met tal van Utrechtse kunstenaars. En ja: die foto blijkt er nog te zijn. Met negatief. En ik mag hem gebruiken.
Hij kijkt er wat verbaasd, zelfs perplex op. Zo keek hij wel vaker, hoor ik. Ongemakkelijk met het directe contact, inclusief de camera. Schuw. Dat stemt wel overeen met wat Sander over zijn vader vertelde.

- Mijn innerlijk beeld

Dit portret wordt in feite een postuum portret. Waaruit is dit beeld van Peter Vos zo langzamerhand opgebouwd? Hoe Peter door moeilijkheden tussen zijn ouders vaak meer bij vrienden dan thuis zat. Dat herken ik. En dat hij met zijn oudere broer jaren voor hun vader zorgde, voordat die in 1955 uiteindelijk stierf. Dat herken ik ook. Hoe hij daarvoor door zijn leraar op de Rijksakademie naar Artis werd meegenomen om de dieren te tekenen.
Zoals mijn vader mij meenam, achterop de scooter, naar molens en plassen om samen te gaan zitten tekenen.

Uit hoe hij aanvankelijk eerst zo’n beetje alle werk aannam dat hij kreeg aangeboden, waardoor hij in 1974 een enorme inzinking kreeg. In de vijf jaar die de inzinking duurde tekende hij alleen een mooi boekje bij elkaar, en de leeuwtjes voor de terzijdes in Vrij Nederland. 
Ik verplaats mij in de periode dat hij rust in de natuur zocht. Waar hij veelvuldig probeerde van de drank af te komen, tekenend in een huisje in de bossen rond Lunteren. En in de tijd dat hij in de Biesbosch heeft rondgedobberd, met zijn vrienden, een bootje en een verrekijker.



Peter Vos metamorfosen: ‘Ascalaphus’

En ik denk over zijn prachtig getekende metamorfosen waarin hij aan het zware aardse leven lijkt te hebben willen ontsnappen: de mens die in fasen een vogel wordt. Dat lijkt toch wel heel erg over de tekenaar zelf te gaan. De vrijheid, de onbereikbaarheid van het universum van een dierenleven, een vliegend wezen te zijn, tegenover het starre aardse.

Tegelijk schiet me bij hem ook de quote van Kloos te binnen: "de natuur is mooi, maar je moet er wel wat bij te drinken hebben".
Want gedronken en gerookt werd er, als ik de verhalen mag geloven. 

Er zo ontstaat er zo langzamerhand een soort dubbelbeeld van Peter. Van voor, en na zijn inzinking.



- De driehoek

Bij de opzet van het portret kom ik erachter dat ik ze er alledrie in wil: de oudere Peter uit 1983, en de jongere Vos op basis van de tv film van Hans Keller uit 1969. Ik ontkom er gewoonweg niet aan. Hij moet erbij. En de vrijheid invliegende ransuil uit zijn metamorfosen. Die ook.
Ik zoek een compositie waarin de drie beelden op een goede manier ten opzichte van elkaar staan.

Het werd deze.

 

 


Kees Wennekendonk
Utrecht, 20 december, 2019.

Mede mogelijk gemaakt dankzij financiering door de Vrienden van het Centraal Museum. Te zien tot 19 januari 2020 in het Centraal Museum Utrecht, naast mijn nieuwe portretten van Pyke Koch, Peter Vos, Joop Moesman en Gerrit Rietveld.
Expo 6, 1e etage.

 

 

Klik hier voor het blog over het ontstaan van het portret van Dick Bruna 2.0


Blog Joop Moesman klik hier

 

terug naar boven