NEWZ

 

Bij mijn gedicht De Veerman maakte Julia Antimirova tijdens een training voor avondstudenten op het Grafisch Lyceum Utrecht al een bijzonder inpirerende kleurpotloodtekening. Nu heeft zij er een schilderijtje van gemaakt. Check it out!

 

kiteman / de veerman

Julia Antimirova

 

De Veerman.

over een veerman, een mobieltje, een brief, de zee en een veertje.

I.

Het begon ermee dat ik mijn mobieltje vergat.

Preciezer: het begon toen ik mijn mobieltje vergat
op de veerboot tussen Rijswijk en Wijk bij Duurstede,
om een uur of zes, ik had al vele, nee tweeënvijftig kilometer gefietst,
een roze licht streek over de rivier tegen de stad
en dat wilde ik fotograferen met mijn mobiel.
Een stem achter mij had gezegd:
- dat is dan vijfennegentig cent -
Ik had mij omgedraaid, mijn portemonnee
uit mijn gordeltas gehaald
en de veerman betaald.
We landden aan de overkant.

Vijfentwintig kilometer later was ik thuis.
Hoe laat? Daar realiseerde ik me wat ik was vergeten.

Met hulp van de politie vond ik
de nulzes van de kapitein en
zowaar: hij had het ding gevonden,
en was tot half twaalf in de vaart.

Ik belde aan en leunde achterover naar de bovenburen.
Wilde de bovenbuurman wellicht... ik was zo moe, mijn bovenbenen...
ach de bovenbuurman wilde wel
en met mijn rooie wijn naast zijn versnellingspook
reden wij naar Dorestad.

Daar wachtten we aan het water op de boot, die nu in een mooier
want nog later licht de rivier in onze richting aan het bevaren was.
Ik zag de mannen bovenin staan, zilver bebaarde goden
in hun goed geolied koninkrijk.

Ik zwaaide en maakte vast het belgebaar.
Uit de hoge witte brug werd teruggezwaaid.
- Twee sms'jes en een gemiste oproep - zei de kapitein
toen ik zijn trappen had beklommen
en gaf daarbij een grote, gulle hand.


II.

Drie dagen later schreef ik een brief aan een geliefde
- of hoe noem je iemand die afstand van je nemen wil -
en postte hem,
maar nu -
nu weet ik niet meer zeker of ik hem wel geadresseerd had
die twijfel -
wel had ik haar naam in zwierig schrift geschreven
en een postzegel erop geplakt, maar een adres?

En ja, dan kun je zo'n brief wel nogmaals sturen
maar of dat de afstand dan -
zeker als ze er dan misschien twee mooi geschreven brieven heeft
waarover ze dan te denken heeft -
of dat de afstand dan verkleint?


III.

Daarop volgde in mijn geestesoog
terwijl ik met een meisje
waarmee het gesprek even niet vlotten wilde
langs de vloedlijn liep
een poging om  'in een keer door' haar na te duiken
de schoenen en mijn T-shirt die ik altijd aan mijn riem hing
had ik keurig afgeknoopt, en ik dook met korte broek in zee
het was gelukt, de poging was geslaagd.
Toen ik briesend bovenkwam en lachte dacht ik: hé
waar is nu mijn portemonnee? En waar heb ik mijn telefoon?

Wel eens een zoute batterij op het dak van een strandpaviljoen
in de zon te drogen gelegd?
Zo’n ding zwelt op als een gestrande potvis
en berg je dan maar.


IV.

Dit alles was waar, en aanleiding tot sombere gedachten
tot ik op een ochtend na Koninginnedag
argeloos met mijn boodschappentas
aan de schaduwzijde van de oude gracht naar huis toe liep.

Ik keek omhoog.

Ik zag een blauwe lucht, een staalblauwe schone lucht,
recentelijk leeg geregend en duidelijk op zijn mooist.

Een witte stip hierin trof mijn blik.
Ik vertraagde mijn pas en tuurde.

Het was een veertje.

Het veertje cirkelde vertikaal langs een
met onzichtbare inkt getekende loodlijn
traag, oneindig traag en kaarsrecht naar beneden
een slomo imitatie van een esdoornblad
losgemaakt van zijn onzichtbare vogel en op ongewone hoogte.

Ik verloor mij in die hoogte.
Ik werd het kind dat in korte broek op een landje aan het vliegeren was
en na urenlang vliegeren één werd met zijn vlieger,
dat zich zo van de wereld waande dat hij dacht naakt -
nee, zonder kleren, in het gras te staan
zodat hij lekker als in de douche of zee
vrijelijk kon staan plassen.

Wel eens thuisgekomen met een beplaste broek,
terwijl je nog op een zeiltje slaapt
zodat je moeder niet elke keer weer alles hoeft te wassen?

Ik plaste niet, ik keek naar de lucht.
Ik stond stil, ik had mijn boodschappentas op straat gezet
en had mijn hand uitgestoken.

En terwijl ik nog geen centimeter bewogen had,
landde daarin vanuit de gevolgde, kaarsrechte vertikale lijn
en na een aantal eeuwenlange seconden
uiteindelijk de hagelwitte veer.


Pas veel later kwam de tijd weer op gang.

 

                                                     Kees Wennekendonk, juni  2009

 

 

Work in Progress: 'Theo'

Live in Cappuccino bij Frank du Mosch, zaterdag 1 mei 2010:

***

De 'premiere' in Rotterdam, bij De muur in Tour, 25 februari 2010, theater de Walhalla.

Tweede demo van een lied in wording over de ongelofelijke sportverslaggever Theo Koomen: 'Theo'.

Bedoeling is met swingende keukenpercussie en een soort romantische serial-music arrangement. Deze achtergrond en bv solo-trompet komen in een later stadium. Voor het tempo in het liedje moet je overigens flink doortrappen. Ik fiets nu al 4km per uur harder in m'n dagelijkse winterkleren met dit lied in mijn hoofd, dan zomers in mijn racepakje.
Reacties zeer welkom op mail@keeswennekendonk.nl


Foto's: Theo Koomen reporterpositie achterop, rechts Poulidor en Anquetil in een van de vele tweegevechten.

Luister hier naar een eerdere versie van Demo'Theo'

.

Met dank aan Ingmar Heytze voor de PCM-D50 recorder.

Zie ook het ready made gedicht Sanchez, verderop op deze pagina, een ready made naar het verslag door Mart Smeets van de finale wegrenners olympische spelen 2008.

 

Een paar reacties

_______________________________________________

Kees, ik ben diep onder de indruk. Serieus. Schitterend man!

Volkskrantjournalist, schrijver en wielerliefhebber Bert Wagendorp op twitter

_____________________________________________________

Mooi, chanson-achtig! Zie er een mooie clip bij met beelden van Anquetil en Poupou.

GasolineBrother Leon Geuyen op twitter

_____________________________________________________

Grondverf?Schitterende schets. Ik krijg iets van historische sensatie terugdenkend aan de sportverslaggever Theo Koomen.

Mooi.

Singer Songwriter Jascha 'Cafestival' van Roij op LinkedIn.

______________________________________________________

Geweldig Kees, je lied over Koomen. Complimenten zijn niet overdreven.

GertJan Kipping op twitter

______________________________________________________

Ik zie @wennekendonk wel eens zitten voor de Coffee Company. Voortaan denk ik: daar zit de man van dat lied over Theo Koomen #prachtig

Frank Heinen, schrijver, op twitter.

______________________________________________________

Ik heb trouwens je nummer gehoord! Mooi hoor!!

Susan Zeegers, singer songwriter.

_______________________________________________________

"Dynamiek, hardzacht ook ten aan''zien'' van Vleugel, hier en daar nog wat bijschaven. maar dat zal vanzelf wel gebeuren in komende opnames, weet niet of keukengerrei percussie het nou beter / mooier gaat maken. Maar verras ons ;-)
Nogmaals ..... mooi, en ik denk dat het een ''groeiliedje '' is wat gaandeweg steeds mooier word. "

Jan Schellink, multi-instrumentalist-performer op FaceBook.

_______________________________________________________

 

***

 

'Utrecht voor beginners'

op pindaconcert november 2009

 

op een tekst van Ingmar Heytze.

 

***

 

 

***

Taal

Hoewel het woord niet het enige is dat we hebben om elkaar te begrijpen, is het wel iets om met aandacht mee om te fietsen.

 

***

*

Waarom wij door telefoons schreeuwen


Dat mensen in telefoons schreeuwen is op zich geen nieuw verschijnsel. Dat deden wij altijd al. We merken er alleen sinds de introductie van de mobiele telefoon meer van, omdat het niet meer uitsluitend in een telefooncel of thuis gebeurt, maar waar dan ook: in treinen, op straat - wij praten  ten minste twee keer zo hard door een telefoon als in het geval de gesprekspartner naast ons zou zitten. De vraag is dus niet òf we het doen, maar waaròm.


Geschiedenis

Vanaf introductie van de telefoon, in Nederland in 1881, was 'je verstaanbaar maken' in eerste instantie vooral door de kwaliteit van de apparatuur een hachelijke zaak. Je praatte tegen een in een cilinder gevatte metalen plaatje, dat een magneetspoeltje tot stroomstootjes aanzette. Dat genereerde vervolgens aan de andere kant van een handgevlochten koperen draad, met tussenkomst van versterking weer trillingen in eenzelfde metalen plaatje. Men was gedwongen tot acrobatisch articuleren om een beetje verstaanbaar te zijn. Denk hierbij aan een Italiaanse vrouw met hoofddoek om, sigaret in de hand, die haar dochter op Sardinie belt. En heel misschien is deze oude apparatuur een reden voor ons huidige gedrag. Heel erg aannemelijk is dit overigens niet: wij starten tenslotte onze auto ook niet meer met een slingerbeweging, of dragen rudimentaire rendierenvacht vanwege het feit dat er in vroeger tijden geen zelfgemaakt vuur bestond. Wat zegt u? O jawel? Onze kleren? Ah. Maar dit terzijde dus. U begrijpt wat ik bedoel.

Buitenruimte

Heeft de beller misschien last van óns lawaai? Als de telefonist vaak gedwongen is in een kroeg, of een andere lawaaierige omgeving met een vinger in het oor te staan, dan draagt dit natuurlijk ook niet bij tot een fluistermodus in de ontwikkeling van het telefoneergedrag. Echter, vele malen meer ben ik er van overtuigd dat het om iets anders gaat. Iets dat zich het best laat omschrijven als een soort 'imaginaire binnenruimte'.

Binnenruimte

Ik bedoel hiermee: de ruimte waarin wij ons in onze gedachten verplaatsen vanaf het moment van 'Hallo', of 'Met die en die'. Of eigenlijk nog  eerder: vanaf het moment dat de telefoon gaat. Dan zijn wij namelijk al in een staat van verhoogde paraatheid tot halfzweterige paniek. Iemand probeert ons te bellen! En wij hebben nog niet opgenomen! O jee! Wat zal die ander wel niet denken?!  Gauw opnemen. Hierna voltrekt zich een reactie die zich het beste laat omschrijven als een situatie waarin een zich hypnotiseur noemende bedrieger bij degene waarmee hij zijn gemeenschappelijke bedrog heeft afgesproken voor de neus knipt of op de ogen blaast: algehele afwezigheid, isolatie van de werkelijkheid, cordon privé.
Soms is er sprake van een tussenstap, want op het schermpje van de mobiele telefoon kunnen wij zien wie er belt. Sommigen  overdenken, kijkend naar hun telefoon, of zij uberhaupt wel willen opnemen, en wat zij in dat geval zouden willen zeggen tegen deze persoon. Meestal doen zij hier vier of meer rinkels over, en besluiten dan vervolgens de telefoon uit te laten rinkelen om de ander niet de indruk te geven dat ze hem bewust wegdrukken. Hierbij behoort men te kijken alsof de telefoon in het geheel niet rinkelt.

Maar ook hier heeft zich, met als mogelijke energiebron de staat van verhoogde paniek, het wonder al voltrokken: wij bevinden ons plotseling in een andere space and time. Zoals je onder de douche ook wel eens jezelf plotseling terugvindt op een tropisch eiland, zo bevinden wij ons aan de telefoon in een soort imaginaire staat, of liever: een oorlogsbunker, een gemeenschappelijke hersenpan met onze gesprekspartner. Dit alles ter ondersteuning van een poging van het hoofd de omgeving geheel weg te drukken. Hierbij wordt van een diabolo, met aan de ene kant de beller, en aan de andere kant de gebelde, een uit twee zeepbellen samengesmolten dubbelbel gevormd.

Paarse, blauwe, rood- en witgekleurde rivieren sieren ineens de magische wanden van een ruimteschip, dat ons naar grote hoogten en andere, nog niet ontdekte werelddelen, sterrenstelsels en achtergrondruis uit het heelal voert.

Wetten

In die kosmos van die twee aaneengesmolten zeepbellen heersen wonderlijke wetten. De eerste van die wetten is, dat je eigen stemgeluid voor jezelf in het geheel onhoorbaar is. Je wordt een musicus op een podium zonder monitor: je gaat onherroepelijk vals en te dicht bij de microfoon zingen. De ruimtecel is blijkbaar geluidsdicht met honderd procent absorberend materiaal gecapitonneerd. (Twijfelt u aan deze wet: probeer een luide beller in de trein maar eens met gezwaai en geroep aan zijn verstand te peuteren dat i de hele coupee de eigen gedachten onmogelijk maakt:  de beller kijkt je aan zoals een vis in een zeeaquarium de dierentuinbezoeker: door een decimeterdikke ruit van duizendvoudig gelaagd veiligheidsglas). Wet twee: jij zelf bent alleen nog een STEM. Je hebt geen lichaam. Wet drie: Er bestaat geen enkele denkbare vorm van werkelijkheid buiten die kosmos. Was eerst de binnenruimte imaginair, nu is de buitenruimte dat. Een combinatie van beiden is onbestaanbaar.
In deze ruimte spreken wij nu zo hard wij kunnen, om zeker te zijn dat de ander ons hoort, gebaren er uitgebreid bij, wat we anders nooit doen, en waarmee weten wij al helemaal niet, en wij kunnen dat alles ook niet controleren, en het kan ons ook in het geheel niet schelen. Een ander zou zeggen: aan de reet roesten.

Knip

En zo telefoneren wij dus met elkaar. Wat u het beste doen kunt als u last heeft van een luide beller? Knip hem of haar vriendelijk voor de neus, en zeg in het korte moment dat hij even in uw werkelijkheid verkeert, dat degene waarmee hij spreekt als het ware naast hem zit, en knip dan weer. Ik geef geen garanties, maar er bestaat een kans dat het werkt.

Kees Wennekendonk, 22 december 2009

Klokhuis was here

Oud filmpje NPS Klokhuis "Montuur" gevonden en op youtube gezet:

Presentatrice Monique Hagen komt op bezoek in mijn atelier en vraagt hoe dat nu gaat, zo'n montuur ontwerpen en maken. 3 september 2000. Intro en outro door mij eraan vast gehermonteerd.

***

 

Het Polo de Haas-effect.

Over Poetry International, muziek en codering.

 

Vroeg in de jaren negentig bezocht ik voor het eerst Poetry International. Het programma zou om acht uur of daaromtrent beginnen, maar er was beloofd dat er van tevoren al van alles te doen was. En inderdaad - in de foyer van de Stadsschouwburg waren volop boeken, dranken en spijzen te koop, en het publiek was al in grote getale aanwezig. Op het podium zat, in een prachtig pak, met slippen, althans, zo herinner ik het me, achter een concertvleugel de bekende pianist en improvisator Polo de Haas. Toch niet de geringste, zou ik zeggen. Zijn toen nog indrukwekkende zwarte  krullenbol stak theatraal af tegen de witte achterwand, en het licht erboven toverde gepassioneerd bewegende schaduwen.
Tot mijn stomme verbazing baadde het geluid van de vleugel echter in een ruim bemeten rabarberpoel, men kletste hier anders gezegd gezellig en vrolijk doorheen, alsof de vleugel, het podium, het licht, de muziek en Polo de Haas er helemaal niet waren. Bevreemd keek ik in het rond. Was poëzie in oorlog met muziek? Waren er oorpluggen uitgedeeld? Was hier een geheime afspraak gemaakt die alleen ik niet mocht kennen? Had ik iets gemist?

Nu was het zo dat ik op dat moment in mijn carrière voor mijn plezier, en ook nog wel eens voor mijn werk in allerlei gelegenheden piano speelde, waar mensen hun eigen gang zaten te gaan, zoals in een café of op een terras. Heerlijk vond ik dat, meestal. Ik zag het als een sport om die mensen, als ze zaten te toepen, bitterballen zaten te eten, of gewoon elkaar aan de bar vrolijk verhalen stonden te vertellen, zover te krijgen dat ze ‘met de muziek mee’ gingen. Eerst in de sfeer, dan met de voetjes, dan met de stem, en dan helemaal. Ik noemde dat 'de spelende mens tegenover de spelende mens'. Het leukst was dat in de gelagkamer van Hotel van der Werff op Schiermonnikoog. Met de illustere, en toen kersverse, eigenaar Jan F. had ik daartoe een voor beide partijen aantrekkelijk arrangement: ik kon komen wanneer ik wilde, en speelde als we er allebei zin in hadden en heil in zagen. Dan regelde Jan een kamertje en eten voor me. Als we beiden hadden besloten dat het een rijp moment was, sleepten we met twee obers een klein pianootje vanuit de eetzaal de hoek om, de gelagkamer binnen. Ik nam dan tegen de zenuwen twee bier, ging drie keer naar de w.c., waar de obers altijd een beetje om moesten lachen, en ving aan met een paar lekkere jazznummers uit de jaren ’30 en ’40, om erin te komen. Gaandeweg de avond durfde ik wat meer, en sprong door de tijd via Beatles en Doors naar Tom Waits, J.JCale, Matt Bianco Joe Jackson, Sting etc., en zong daar vrolijk doorheen, zoals ik het toen quasi zelfspottend uitdrukte.
Daarbij was het de kunst om aan te voelen of een gelegenheid 'potentie' had. Dat wil zeggen: wordt het wat als je gaat spelen, is er sprake van een ontvankelijk publiek. Of, zoals een bekende cabaretier ooit eens liet optekenen: 'het publiek moet ook talent hebben'.


Gelagkamer van Hotel van der Werff.

En inderdaad, sommige avonden namen de gasten vrijwel geen notie van de muziek, hooguit ter kennisname, en werd het praatvolume evenredig aangepast aan de luidheid van het mijn spel. Tevergeefs zat ik dan achteraf met een beerenburger mij af te vragen wat ik nu anders had gedaan dan andere keren. Hoezeer ik mijn hersens ook pijnigde, helaas kon ik er nooit  wetmatigheden in ontdekken. Niet zelden eindigde ik vervolgens dronken achterin de Tox-bar , ’s eilands eerste en enige discotheek, achter limonadeglazen eilander kruidenbitter, die met gulle en begrijpende hand door de bevriende barkeeper werden ingeschonken.

‘Bons – bons - bons’. Ter controle of het ding wel werkte werd er bij de uitgang van de zaal met de binnenkant van de hand op een draadloze microfoon geklopt. Het klonk als een paar schoten voor de boeg in oorlogsgebied.
"Dames en heren, goedemiddag!” sprak de opperspreekstalmeester – “.....voordat het programma in de grote zaal begint zal Polo de Haas eerst drie gedichten van de Russische dichter (...) ten gehore brengen, die hij speciaal voor deze gelegenheid in muziek heeft vertaald. Dus, dames en heren: uw aller bijzondere aandacht voor... Polo de Haas met....". Een aanmoedigend geklap volgde, en de heer de Haas knikte, schraapte zijn handen en ving een invoelend vingervlug stuk aan. Hij had nog geen drie seconden gespeeld of de eerste bezoekers begonnen er, aanvankelijk nog gedempt, door heen te praten. Nog geen tien seconden later had zeker de helft van het publiek de draad van het gesprek weer opgepakt. En de meesterpianist speelde er rustig doorheen.
   Na de drie beloofde nummers stond hij op, sloot beheerst de klep van de piano, schudde wat handen en liep naar de bar. Het publiek begreep hieruit dat het programma in de zaal aanstonds ging beginnen, leegde zijn glazen en liep in beschaafde formaties naar de deur.

Daar lagen A-viertjes op de stoelen, die grif ter hand werden genomen. Toen iedereen binnen was, werd de zaaldeur gesloten, en dempte het licht. Laatste woorden werden in oren gefluisterd. Een spreker liep naar het katheder en schraapte zijn keel. Het was stil geworden. Het programma was begonnen.

Chaotische gedachten drongen zich tijdens de eerste dichtstrofen aan mij op. Allereerst associaties met de keren dat ik zelf vergeefs geprobeerd had echt alle mensen in een spelend publiek mee te krijgen, terwijl ik zelf reuze zin had in een avond muziek en swingen. Ook had ik associaties met een dictator die vergeefs met onbeholpen gebaren zijn volgelingen tot rust poogde te manen. Ik peinsde en wreef. Plotseling zag ik een licht. Als zelfs Polo de Haas niet ieder publiek aan zijn voeten kreeg.... Dat het dus niet perse aan mij hoefde te liggen. Dat kon wel, maar hoefde niet.
Maar wat was er aan de hand? Waarom lukte het niet? Of was het de bedoeling niet? Ik keek om mij heen, zag de dichter die voordroeg, het publiek dat aan zijn lippen hing, de man naast mij die af en toe nog eens op het A-4'tje tuurde in het duister van de theaterzaal... en toen begreep ik het. 
Al was Maria Callas uit het dodenrijk opgestaan om spontaan te gaan zingen in de foyer, er zou niet op gereageerd worden. Al was daar een opgezette mammoet plotseling oertrompetterend in beweging gekomen, al had er een echte Rembrandt aan de muur  gehangen, al had Gorter er zijn 'Mei' opgedragen, al had er een space-shuttle op de terugweg van Mars met de eerste echte levende aliens door de drank- en spijzenruimte gelaveerd: het publiek had er geen aandacht voor gehad. Daar was het niet voor gecodeerd. Het programma begon pas in de grote zaal. Aha. Voila.

Ik besloot dit het Polo de Haas-effect te noemen.

Wilt u dus dat uw publiek naar u luistert: zorg dat zij lekker gegeten hebben, dat zij gedoucht, geknipt en geschoren zijn, uitgaanskleren hebben aangetrokken, dat zij weten waarvoor zij naar u toe gaan, en druk hen ten overvloede ter plekke nog het programma in de hand, sluit de deur, demp het licht: zij zullen aan uw lippen hangen.

Kees Wennekendonk juni 2009

Overigens: ik mocht onlangs vernemen, dat Polo de Haas de man was van een van de organisatrices. Zo werkt het ook nog een keer in het schnabbelcircuit.

 

    ***                                                   

 

Briefcase blues

Een gedicht van Ingmar Heytze, op muziek gezet in de geest van Randy Newman. (Brief Case Blues is natuurlijk ook 'Korte Blues van Kees')

 

 

***

Kubusgedicht.

Gedicht voor architectenbureau Wismans en de Jong, Arnhem, zesluik, op de website geprojecteerd op de binnenwanden van een kubus.

 

Het Theater van de Vorm

 

De Voorwand
(transparant)


Alles door mensen gemaakt
spreekt tot de mens
tot zijn verbazing
tot haar verbeelding
tot haar wezen en haar ziel

laten we dat nooit vergeten.

 

De Achterwand

Alles wat wij maken staat in een omgeving
- een decor -
geen plat decor, maar in een landschap
een stad, een omgeving met diepte
daarin: een gebouw
een bedachtzaam gebouw
een duurzaam gebouw
een geworteld gebouw
een onijdel gebouw
een diep gebouw
een mooi gebouw

en - ook al reflecteert zij niet
toch is zij een spiegel
dat wil zeggen:
u vindt - als het goed is - uzelf erin terug

want zo moet schoonheid zijn
houdend van zichzelf, open,
zodat ook wij van haar kunnen houden
om er onderdeel van te kunnen zijn.

 

De Linkerwand

Welkom!
Dit is de warme wand
hierop plakken wij onze dromen
verwant met onze diepste
verlangens

een toren reikend
naar nieuwe mogelijkheden
en oplossingen

vrijheid
wind en zeilen
water wijdsheid
studies naar de rand van wat er kan

hoe overtuig ik daar
en verras ik hier mijzelf?

Hier verblijven wij daar.

 

Boven

Ziehier het licht, de ruimte
de inspiratie, het onverwachte
een vonk, de klik - moment suprème
de zet die nog zonder het te weten
gebaande paden doet vergeten
en ons zonodig uit het duister redt.

Van hieruit komen onbeschroomd
maar exact op het juiste moment
volkomen nieuwe fenomenen
aan de rand van alles wat nog kan en mag
soms door toeval, hand van god
de bal die door de ruit het lijnenspel verder helpt

want daarin zit de oplossing
zo vaak verscholen:
in het uitspansel, een hand,
het licht


De Rechterwand

Hier staat ons werk opgeslagen
dit is wat wij hebben gedaan
- ons repertoire -
hier staat alles klaar om van te leren

Hier zetten wij
wat wij niet wilden vergooien
ons archief
onze kennis, twintig - dertig jaren.

Maar de potloden die wij verbeten
alle duizend - zij zijn er niet en evenmin vind je
tientallen versleten computers, kapotte floppies
foamgesneden showmodellen
nee, hier verstoffen slechts folianten
en cd's in een stoffig labyrint.

Ach, we kijken er niet zo in
ook ruimen we het niet echt op -

we weten het.

Het resultaat is toch datgene
dat u er ook van heeft:
te komen waar wij zijn.

Van hieruit gaan wij verder.


De Vloer

Dit is de basis, de werkplaats
- het toneel van het theater van de vorm -
waar alles in bedrijven wordt bekeken

van links en rechts stromen
nijvere actoren
vloeien drama, drank en koffie
vallen bekertjes, staan beperkingen
doorwerkende factoren
temidden wil en onwil
vermogen onvermogen
wel of niet uitvoerbaarheid
eindeloze rijen details die zichzelf
in felle competitie met de regeltjes
in bijbelse vaart reproduceren -

en op gepaste afstand staat onze verwondering -
kijk daar!
zij slaat ons lachend gade.

Waarom?

Omdat zij weet dat er altijd een moment komt
dat alles plotseling samenvalt
en daarmee in één keer is
waar wij zolang naar zochten.

 

 
 
 

Kees Wennekendonk, december 2008

***

 

Dalai Lama

Gedicht dd 31 maart voor de bundel ter gelegenheid van het bezoek van de Dalai Lama in Nederland, 4 en 5 juni 2009.

 

Eenzame hoogte

 

Zwemmend en in kleur
zag ik het Place du Tertre
en halverwege half zo snel
Spiderman en Rob en Bertje.
Langs de verbaasde blikken
van mijn ouders
mijn publiek
mijn oom
verliet ik hoog en droog
eenieder in mijn droom.
Op zoek naar de thermiek
de ideale vlucht
ver van bangheid en van pijn
onkwetsbaar zal ik zijn.

En als ik ooit zal landen
gelukkig zijn en blij -

Kijk daar gaat de Dalai Lama
die in omgekeerde richting
uit de hoogte daalt
wat bezielt zo’n man?

- zal men zijn tong verbranden
aan het verhalen van
de koenheid van mijn daad
die dan ook de geschiedenis in gaat
als een eeuwig staand record
in egotripperij.

                                     Kees Wennekendonk, 2009

***

 

Tweetverhaal:

het winnende 'tweet'-verhaal in 130 tekens (140 tekens min @boekenman, Chris Bajema, NRC) Uitgezonden op VPRO kunststof.

 

Ma belde. Ze sprak moeilijk. Die dag fietste ik met gebroken kunstgebit 2 keer heen en weer tussen O. en B. Oh had jij 'm, zei ze.

 

Kees Wennekendonk, 13 april 2009

 

***

 

Ik ben een landschap

Zomer 2008 kreeg ik een leuke opdracht van animatiefilmbedrijf Il Luster om op een gedicht van Toon Tellegen een lied te maken: "Ik ben een landschap".
Het resultaat moest worden dat je me op een voor scholen bedoelde DVD kon zien componeren aan het lied op poëzie. Ik heb wel wat met hekken, dus ik toog vol plezier enige weken aan het werk.
De dag dat we het gingen filmen regende het echter pijpenstelen, zodat we het binnen in mijn kelder hebben geschoten, waarna Arnoud Rijken er in de studio tekeningen aan heeft toegevoegd.

Een paar weken later was het weer prima zonnetje, en heb ik filmstudio-eigenaar Frank van Geloven gevraagd het oorspronkelijke idee, om het in Amelisweerd, in een landschap te verfilmen.
Frank heeft de film bewerkt in de studio, niet voordat Jordi Langelaan het voor elkaar heeft gekregen het geluid enigszins acceptabel te maken, waarvoor dank! (Het woei nogal in de microfoons)

 

De Serveerster.

De Serveerster - lang niet gespeeld, vind het nog steeds een vrolijk nummer. Over een mooie meid, die inderdaad danseres zou worden, die serveerde in de winkel van sinkel in Utrecht.

***

 

Achter de Schutting

Gedicht van Ingmar Heytze, op muziek van Pink Floyd geschoven,

live in Theater De Engelenbak in Amsterdam, januari 2009

 

Voor optredens: check agenda!

 

 

Goed Hee!!

 

Man en Maan

 

Achter de Schutting

Gedicht van Heytze, op muziek van Pink Floyd's Shine on you crazy diamond

 

Het Eiland

Meer films op www.youtube.com/keeswennekendonk

 

 

VEREN

Gisteren vond ik op het strand,
tussen schelpen, touw en glas,
twee veren naast elkaar.

Een sterk en stevig als mijn vader
de andere teer en stil,
zoals mijn moeder is.

Vlak daarbij vond ik een blauw balletje -
van schuimrubber.
Dat zal ik dan wel zijn geweest.

KeesW

De premiere van de nieuwe avondvullende voorstelling 'En hij wou niet eens naar zee!' vond 4 maart 2004 in de blauwe zaal van de Stadsschouwburg Utrecht plaats.
Klik op buttons boven voor een beschrijving van de voorstelling, teksten en liedjes. De voorstelling gaat over serendipiteit, het talent het niet-gezochte te vinden.*


Ook komen sommige oudere nummers terug, zoals "Muze". Maar het meeste is spiksplinternieuw, zoals "Het meisje van de Vingerhoed", zie onder. Via deze website wordt je op de hoogte gehouden.

 

 

Luister hier een nieuw lied van Kees:


Het Eiland

 


Je zegt dat Bagdad nog elke dag in brand staat
iets wat de Tigris niet blussen kan
Je ziet het dagelijks op de televisie
er drijven lichamen aan de overkant

En wij hier in ons eigen landje
we doen ons ding zoals we dat altijd hebben gedaan
en nemen dagelijks een teug van onze vrijheid

maar luister maar niet meer naar mij

...ik wilde hier geen strijdlied
hoe kwam ik toch aan dat idee
ik wil maar een ding, dat is dicht bij je zijn
tot het ochtendlicht ons wakker maakt.

Ik neem je mee naar het eiland
en volg je sporen in het zand
en 's avonds bij de zonsondergang
gaan we zoenen op de bank bij de waddenzee

We sturen blauwhelmen naar de verste landen
konvooien vechten zich door de woestenij
Ministers schudden de onze jongens' sterke handen
en dat ze maar zorgzaam voor elkaar mogen zijn

en hier kennen we onze grenzen
voor een vluchteling die graag te gast zou willen zijn
dat is dan onze vertaling van gastvrijheid

Maar luister maar niet meer naar mij

ik wou hier geen protestlied
dat is nu echt voorgoed passé
ik wil maar een ding, dat is dicht bij je zijn
tot het ochtendmist ons wakkermaakt.

Ik neem je mee naar het eiland
en volg je sporen in het zand
en dan 's avonds bij de zonsondergang
wil ik jou om me heen in de zee

Er hing een spandoek aan een oude gevel
er ging een brandbrief naar het koninklijk paleis
er gaan geschriften rond in de grote steden
we sturen niemand op een hopeloze reis

en weer zie ik oude beelden
uit de tijd waarin mijn vader heeft geleefd
zie ik de ogen van een man na de bevrijding

De bevrijding...

 

Kees Wennekendonk
mei 2006

***

 

Sanchez

("Ready made")

 

Drie kilometer nog
en Kolobnef en Rodgers komen eraan
en wat gebeurd daar achter nog?
wie weet
we zien niks meer

deze twee, ze hebben nu echt benen gekregen
toch ga je dan rekenen
van - ik moet niet alles geven
want je mag niet alles geven
want dan ben ik zo direct...
kom daar eerst maar eens bij

Kolobnev
en ik denk dat Cancellara daar aan komt
daar komt Cancellara aan, dat kan niet anders
kijk eens
dit is een Zwitserse stoomlocomotief
dit is een achtervolging
daar komt i hoor
daar komt Cancellara

en dit is vijfentwintighonderd meter nu

en kan hij er op en erover?
hij gaat zitten
hij gaat in het wiel zitten
hij zit in het wiel bij ze
zijn... zijn eerste man Schleck
nee nu gaat i door
Schleck zit voorop
en Cancellara gaat nu
Cancellara kan dat gat dichtrijden
kijk eens aan zeg,

MAI

Cancellara, Kolobnev, Rodgers..

twee kilometer nog

Ooh die Zwitser, kan die fietsen
zo deed i het in Noord-Frankrijk
zo is t’ i wereldkampioen achtervolging geworden
en nu geeft hij even over
Cancellara en Kolobnev zijn maten
kom op.
Wat een finale!

Hij kijkt niet meer op
of hij kijkt niet meer om
Cancellara in grote doen

Rebellin denkt: wat heb ik hier?
Kolobnev probeer het nu
ze komen misschien nog met zessen bij elkaar
en dan
en dan
daar hangt het vod

wat een exploit
wat een exploit van Cancellara
waar komt i vandaan
van de maan
kijk eens aan
die  Zwitser kijkt naar helemaal niks
Nou jij

hij heeft Kolobnev daar heen gebracht
zag u dat gebaar:
‘jij rijdt het gat nu dicht’
en let op,
als hij er zo direct nog een pof op geeft

tolweg

zes man bij elkaar
wat een truc speciaal daar van van Cancellara
en als hij nog wat heeft dan gaat i nog aan ook
zodirect
hij zoekt een gaatje
Schleck als eerste
drie man van CSC
drie man van C! S! C!  bij elkaar

daar gaat-i, Cancellara
hij zet aan
hij zet aan

hij houdt in
hij houdt in
hij gaat aan
hij gaat aan

ze kijken naar hem
- nog even niet -
Kolobnev zit goed
nou gaat-i kijken

zes man voor de olympische titel tweeduizend-en-acht
en daarachter komen nog meer mensen
Rodgers, ja,
hij is geen sprinter
Rebellin nog steeds de beste papieren
zou ik zeggen

Rebellin aan de binnenkant
Kolobnev voorop
Cancellara gaat aanzetten
met die grote dieseldijen van hem

Kolobnev
Kolobnev
Rebellin
Kolobnev
en Rebellin

en daar komt Sanchez
Kolobnev nog altijd
Kolobnev
en daar komt Sanchez
Sanchez gaat eroverheen

Sanchez
Schleck
Sanchez Sanchez Sanchez

Samuel Sanchez!
Rebellin
Cancellara, Kolobnev, Schleck en Rodgers

WOW
WOW

Wat een finale
wat een finale.

                        KeesWennekendonk 11 augustus 2008
        ready made naar Mart Smeets commentaar bij de wegwedstrijd wielrennen O.S. 2008

 

***

Beluister hier

Briefcase Blues,

op een tekst van Ingmar Heytze:

Of kijk:

 

 

 

Dit hotel heeft duizend kamers

duizend lichten in de nacht

hang je jas maar aan de kapstok

wie niet weg is wordt verwacht

Je kunt bestellen wat je wilt

maar dit hotel geeft niets retour

je eindigt in een houten koffer

met een planken houten vloer

 

Je bent hier niet voor niets gekomen

en draagt net als iedereen

een zware koffer vol met dromen

voor de rest ben je alleen

je wankelt door de gangen

ziek en mateloos vermoeid

tot het handvat van verlangen

met je vingers is vergroeid

 

Dit hotel heeft duizend kamers

alle sleutels ben ik kwijt

ik loop op kaalgesleten lopers

door de kille eenzaamheid

als de nacht me heeft verslonden

heb ik verder geen verweer

 

Ik heb nog bijna niets gevonden

maar ik zoek allang niet meer

 

in heel mijn leven niets gevonden

en ik zoek al lang niet meer

 

 


Het meisje van de Vingerhoed

beluister hier een MP3 versie.


Blond en blozend bruin en blij -
het meisje van de Vingerhoed danst
elke dag met haar linnengoed
voorbij

Als zij loopt dan spitst zij roeden
Had zij ook maar het geringst vermoeden
Dat als zij langsloopt
dat waar zij langsloopt
klinkt - ooohw..

Oh - waarom kijkt hij zo zielig
Hoe - zegt hij haar wat zijn hart zegt
Hij - zou zijn hart graag verliezen
maar zij komt elke dag hier voorbij
Zij kijkt recht vooruit niet opzij

Blond en blozend bruin en blij -
het meisje van de Vingerhoed danst hem
met haar wasmand vol linnengoed
weer voorbij
Ze loopt hem voorbij
naar de wasserij
Ze loopt hem voorbij


KeesW 12-5-2003



Muze?

beluister hier een MP3 versie.


Mijn muze zit te slapen
bij de televisie van mijn vader
zij heeft de bediening van het ding
na achten niet meer in haar hand

Mijn muze is het licht
dat maandag ochtend maakt
dat door de bomen schijnt als ik
alsnog vertraagd zacht wakker word

Mijn muze kolft haar boezem
en lacht verlegen deugend
zo krijgt ze alle jongens suf
al hun pezen aan het branden

Een wang - de lucht - een borst - de zee
allen delen zij het tarten van mijn zinnen
zonder hen ontstond geen woord
geen twijfel geen beginnen

Mijn muze is het onaflatend
ademen van de aarde
een dode die me wenkt en zegt
jou krijgen ze niet onder.

KeesWennekendonk, live in 'Cappuccino'
10-4-2000


*) Serendipiteit: een onderzoeksteam checkt de onderzoekspatienten van een geneesmiddel tegen hartklachten; de patienten zijn opvallend gelukkig: de bijwerking van Viagra verkoopt beter dan de oorspronkelijke bedoeling was - Het kweekje aan de rand van het Petrischaaltje lijkt om weg te gooien, aan de rand zijn de bacterien gedood, Alexander Fleming besluit anders: de Penicilline wordt uitgevonden; Fleming ontvangt hiervoor in 1945 de Nobelprijs voor de Geneeskunde;
- men zoekt een kortere weg naar India, men vindt 'America'; voila, dat is serendipiteit.

 

 

Meer Mp3's en teksten